Koffiemomentjes op de Camino Frances
- Rianne Gerrits

- 21 okt 2025
- 4 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 6 jan
Over verdwalen, verbinding en cappuccino’s met uitzicht
Sommige pelgrims sparen stempels. Ik ook – een beetje. Maar wat ik écht spaarde tijdens mijn tocht over de Camino Frances in 2023, waren koffiemomentjes. De 800 kilometer lange wandeling – van St. Jean Pied de Port in Frankrijk tot Santiago de Compostela in Spanje – begon ik vrij onvoorbereid. Geen strak plan, geen perfecte uitrusting. Alleen ik, mijn rugzak, mijn gedachten en de stille belofte dat er altijd wel ergens een dampende cappuccino op me wachtte.
Geen enkele uitdaging voelt te groot met een mok troost in je handen. Dit zijn de koffiemomentjes die me het meest zijn bijgebleven.

Het eerste kopje met uitzicht
Het was niet mijn eerste kopje koffie, maar wel het eerste met een uitzicht dat ik nooit meer vergeet. Halverwege de eerste etappe, nog geen twintig kilometer onderweg vanaf St. Jean Pied de Port, drong het pas écht tot me door: ik had me ingeschreven voor een tocht van 800 kilometer.
De Pyreneeën ontvouwden zich voor me als een groen, ademend landschap. Terwijl ik aan mijn koffie nipte, vloog er een adelaar vlak langs me heen. Wat een beest. Wat een vleugels. Wat een moment. Daar stond ik dan – avontuurlijk, een tikje roekeloos, halverwege mijn eerste wandeldag op mijn allereerste pelgrimstocht. En dit was pas het begin...

Croissant & automaatkoffie – klein Frankrijkgeluk
Oké, eerlijk is eerlijk: deze koffie kwam gewoon uit een automaat. Maar dat maakte het moment niet minder bijzonder. Een croissantje in een klein Frans ontbijtbrasserietje, voor ik weer verderging – het voelde als een overwinning.
Ik liep via HOLY shit, een organisatie die pelgrims in groepen laat vertrekken maar ieder zijn eigen tempo laat bepalen. Overdag liep ik alleen, maar ’s avonds sliepen we in dezelfde hostels en keken we even of iedereen veilig was aangekomen. Voor een impulsieve wandelaar als ik – die zelfs in haar eigen provincie nog verdwaalt met Google Maps – was dat de perfecte balans tussen vrijheid en zekerheid.

Koffie, chloorwater & Country Roads
Na een paar weken had ik mijn ritme gevonden. Lopen, drinken, eten, slapen, weer doorgaan. De eenvoud was bevrijdend. Mijn wereld bestond uit zandwegen, rugzakken, pijnlijke voeten en koffie.
Op een avond zat ik buiten met een andere Nederlander. De zon zakte achter de heuvels, we dronken koffie, rookten een sigaret en probeerden via haperend internet Formule 1 te volgen op mijn telefoon. Op de achtergrond speelde Country Roads van John Denver – het lied van mijn moeder. Ik dacht aan thuis. Aan haar. Aan hoe ver weg ik was, en hoe dichtbij het tegelijk voelde. Een mengeling van trots, weemoed en dat lichte tintje heimwee dat je pas kent als je onderweg bent. Misschien proefde de koffie daarom die avond net wat zachter.

Een vroege start in stilte
Het was het vroegste kopje koffie van mijn hele pelgrimstocht. De lucht nog koel, het dorpje stil. Ik had afgesproken met een koppel dat zich, net als ik, via HOLY shit. had aangemeld. We zouden die dag samen starten, terwijl ik normaal juist later vertrok en mijn pad in stilte begon.
Wat me vooral raakte, was het besef dat iedereen hier zijn eigen reden had om te lopen. De één zocht rust, de ander vergeving, weer een ander een antwoord dat thuis niet te vinden was. De Camino verbindt. Zonder woorden soms, maar voelbaar in elke blik en groet onderweg.

Laura & de geur van Palo Santo
Daar zit ze dan, op het terras, met haar stokje Palo Santo onder haar neus – ja, een beetje raar, maar dat is precies Laura. Ze brengt leven in de brouwerij.
Ook zij liep via HOLY shit., maar ik leerde haar pas écht kennen tijdens de reis. En hoe. We hebben gelachen, gevloekt, gehuild, slechte Nederlandse rap meegebruld en eindeloos gepraat. We zagen elkaar in alle eerlijkheid: vermoeid, vrolijk, blaar op blaar, maar oprecht aanwezig. We zijn nog steeds vriendinnen – en elke keer als ik koffie drink, denk ik even aan haar en aan de geur van avontuur.

Second breakfast & Spaanse eenvoud
Sorry, maar hier overtrof het eten toch écht de koffie. In de kleine Spaanse dorpjes, waar ze meer geiten dan mensen hadden, at ik de meest pure gerechten die ik ooit proefde. Alles vers, met liefde bereid, van lokale ingrediënten.
Wat ik vooral voelde, was verbinding. ’s Ochtends samen ontbijten met andere pelgrims, soms in stilte, soms met verhalen van de dag ervoor. De eenvoud van brood, olie, koffie en zon. Dat gevoel van gemeenschap – van ergens bij horen, zonder iets te moeten uitleggen – was misschien wel de mooiste verrassing van de hele tocht.
De smaak van de Camino
Er waren meer koffies. Veel meer. Maar deze momenten bleven hangen – als bladwijzers van een reis die veel dieper ging dan de kilometers die ik liep.
De Camino Frances leerde me dat wandelen niet gaat om de afstand, maar om de momenten tussendoor. Om koffie met uitzicht, een gesprek met een vreemde, een lied dat herinneringen oproept. En om die stille wetenschap dat, waar je ook loopt, er altijd iets is om dankbaar voor te zijn.



Opmerkingen