De Leenderkapel ā een wandeling naar binnen
- Rianne Gerrits

- 10 nov 2025
- 3 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 28 dec 2025
Sommige wandelingen brengen je naar een plek. Andere brengen je bij jezelf.
Ik denk vaak dat we onze omgeving door en door kennen. We zijn gewoontedieren. We nemen dezelfde weg naar ons werk, weten blindelings waar de supermarkt staat en bewegen ons efficiƫnt van A naar B. Alles heeft een functie, een doel, een vaste volgorde. Maar hoe vaak wijk je daar echt van af? Hoe vaak sla je zomaar een ander pad in, zonder plan, zonder eindpunt?
Wat gebeurt er als je niet de kortste route kiest, maar de onbekende? Als je niet onderweg bent naar iets, maar gewoon onderweg bent? Juist daar, in dat afwijken, ontstaan vaak de plekken die blijven hangen. Zo kwam ik, toen ik nog in Meezenbroek woonde, voor het eerst uit bij de Leenderkapel. Niet omdat ik erheen moest, maar omdat ik een ander weggetje insloeg.
Wanneer hoogte overzicht geeft
Wanneer ik boven op een heuvel sta, verdwijnen mijn zorgen. Vanuit een vogelperspectief lijken problemen kleiner, overzichtelijker. Alsof ik, door letterlijk omhoog te gaan, mentaal ook weer kan dalen.
Misschien is dat waarom ik steeds terugkeer naar het kapelletje bovenin het Kappellerbos. Deze plek vraagt niet om antwoorden. Ze nodigt alleen uit om te kijken.

Het Kappellerbos in Landgraaf
Het Kappellerbos ligt in Landgraaf, verscholen maar verrassend bereikbaar. Boven op de heuvel staat de Leenderkapel ā klein van formaat, groot in betekenis.
Mijn wandeling begint vaak in het parkje in Meezenbroek, ā dezelfde plek waar ik vroeger met Bandit liep (je weet wel, uit Drie zielen op vier poten). Alleen dat al voelt vertrouwd. Van daaruit loop ik richting het bos, weg van strakke paden en vaste routes.
Over de brug wandel ik langs een oude boerderij. Ik blijf even staan en adem de ochtendlucht in. Het tafereel roept iets ouds en vertrouwds in me op ā als kind wilde ik boerin worden. Niet alleen om de dieren of het land, maar om het ritme ervan: het vroege licht, het ploegen van een veld, paarden die ontwaken, het trage proces van groei. Er zit iets meditatiefs in. Discipline, geduld, vertrouwen dat alles zijn tijd heeft.
Zodra ik het bos inloop, zakt mijn lijf mee naar beneden. Sommige paden zijn hier niet aangelegd; ze zijn ontstaan. Door voeten die besloten dat dit de weg is. En dat vind ik mooi: wandelen zonder richting, geleid door instinct.
De Leenderkapel ā waar verhalen blijven hangen tussen de bomen
Boven op de heuvel staat de Leenderkapel. Geen plek die zich opdringt, maar ƩƩn die blijft hangen. De kapel werd in de zeventiende eeuw gebouwd na het verlies van een geliefde ā alsof iemand met steen probeerde te helen wat in zijn hart gebroken was.
Misschien voel je dat. Dat verdriet hier niet wordt weggeduwd, maar mag bestaan en naast je komt zitten. Alsof de stilte ruimte maakt, in plaats van leegte.

Tussen sagen en fluisteringen
En dan zijn er de sagen. De verhalen over de bokkenrijders, die hier zouden hebben gebeden, niet als misdadigers maar als dolende zielen. Mensen die, net als ik, ergens tussen schuld en verlossing probeerden te bestaan. Hun legende leeft in fluisteringen door het bos, in de wind die langs de muren van de kapel glijdt ā een echo van verloren richtingen en opnieuw gevonden moed.
Misschien raakt deze plek me daarom zo diep. De Leenderkapel lijkt te ademen met dezelfde tegenstrijdigheden die ook in mij leven: licht en donker, twijfel en hoop, vasthouden en durven loslaten.
Hier, tussen de bomen, voel ik iets van die eeuwenoude zoektocht naar betekenis. Niet als geschiedenis, maar als herkenning.
Waar stilte iets in beweging zet
En dan, wanneer ik op het bankje tegenover de kapel zit, gebeurt het altijd weer:
de ruis in mijn hoofd verdwijnt. Alsof deze plek zachtjes fluistert dat ik niks hoef op te lossen, dat ik gewoon even mag zijn.
Hier wordt alles overzichtelijker, ruimer, lichter.
En daarom blijf ik terugkomen. Omdat ik hier even mag verdwalen om daarna weer met meer helderheid verder te lopen.



Opmerkingen