top of page

Mijn eerste communie op mijn 33e

  • Foto van schrijver: Rianne Gerrits
    Rianne Gerrits
  • 11 mei
  • 4 minuten om te lezen

Afgelopen weekend had ik mijn eerste communie. En nee — ik ben geen acht jaar oud. Ik ben 33 terwijl ik dit schrijf. Dat klinkt misschien vreemd, maar ergens voelde het ook bijzonder. Alsof ik op volwassen leeftijd alsnog even mocht meekijken in een stukje Zuid-Limburgse cultuur waar ik al jaren middenin leef, maar eigenlijk nooit écht onderdeel van ben geweest.

Want hoewel ik bijna mijn hele leven in Limburg woon, kom ik oorspronkelijk uit Overijsel en ben ik Christelijk opgevoed binnen een pinksterachtergrond. Katholieke gebruiken zoals de communie, het vormsel, Mariabeelden en rozenkransen waren bij ons thuis eerder “iets van andere mensen” dan iets waar we zelf iets mee deden.

Ik schreef daar eerder al over in mijn blogs over het katholieke geloof en mijn groeiende interesse in symboliek en tradities:


“Het lichaam van Christus”

De communie was van de dochter van één van mijn beste vriendinnen. Een prachtig meisje in een witte jurk, glimmende schoentjes, haren mooi opgestoken. Zo klein nog — maar tegelijkertijd al zo bewust bezig met iets groters dan zichzelf.

Tijdens de mis liep iedereen één voor één naar voren. En toen stond ik daar dus ook. “Het lichaam van Christus,” zei iemand van de H. Barbarakerk terwijl hij een hostie in mijn hand legde. Mijn eerste hostie ooit. Ik stopte hem in mijn mond en dacht direct: oh. Dit smaakt eigenlijk nergens naar. Een beetje alsof je een oud stukje kroepoek eet waar alle smaak al vanaf is. Kurkdroog ook. Hij bleef nog bijna in een holle kies plakken. Heel spiritueel was mijn eerste gedachte dus niet.



Waarom eigenlijk een hostie?

Wat ik me na afloop vooral afvroeg: waar komt die hostie eigenlijk vandaan?

De katholieke communie verwijst naar het Laatste Avondmaal van Jezus. Tijdens die maaltijd brak Jezus brood en gaf het aan zijn discipelen met de woorden:

“Dit is mijn lichaam, dat voor jullie gegeven wordt.”— Lucas 22:19

Binnen het katholieke geloof staat de hostie symbool voor het lichaam van Christus. Katholieken geloven zelfs dat brood en wijn tijdens de eucharistie geestelijk veranderen in het lichaam en bloed van Jezus — al blijft het uiterlijk hetzelfde.

De hostie zelf bestaat meestal gewoon uit water en tarwebloem. Ongedesemd brood, dus zonder gist. Simpel. Bijna smaakloos. En juist dat sobere schijnt bewust te zijn: het draait niet om smaak, maar om betekenis.


Jezus, een vriend voor het leven

Het informatieve deel even daar gelaten, laten we het hebben over de hele beleving eromheen. De kerk was prachtig versierd met gele ballonnenbogen, er speelde een orkest en dertien communicantjes stonden daar zichtbaar trots en gespannen op een rij. De meisjes in witte jurken, de jongens netjes aangekleed.

Het thema van de communie was: “Jezus, een vriend voor het leven.” De kinderen kregen vooraf zelfs zanglessen om de geloofsliederen samen te zingen. Ze mochten om de beurt spreken en stukjes voorlezen in de kerk. Misschien zonder alles volledig te begrijpen, maar toch bijzonder dat ze daar zo durfden te staan voor een volle zaal.

Op een gegeven moment speelde het orkest zelfs The Sound of Silence — toevallig één van mijn favoriete nummers — en ergens bleef dat moment wel hangen. Na afloop werden de communicantjes feestelijk uitgezwaaid door Showband Corio. Je zag aan alles dat ze zich die dag écht speciaal voelden.


Trots… en toch een dubbel gevoel

Maar terwijl ik daar zat en keek naar alle kinderen, voelde ik toch iets wat ik niet helemaal had verwacht: trots. Niet eens per se vanwege de ceremonie zelf, maar omdat die kinderen daar liedjes stonden te zingen over liefde, over God die je kent, over Jezus die altijd bij je is. En dat raakt me ergens wel.

Want ook al weet ik dat veel families de communie tegenwoordig meer zien als traditie dan als geloofskeuze — met cadeaus, feestjes en foto’s — er wordt tegelijkertijd óók iets moois meegegeven. Een kind leert:

  • dat gevoelens er mogen zijn

  • dat je niet alleen bent

  • dat je mag bidden

  • dat je goed hoort te zijn voor andere mensen

Eigenlijk een soort moreel kompas.

En misschien is dat in deze tijd helemaal niet zo verkeerd.


En sacramenten — wat zijn dat eigenlijk?

Nog iets waar ik vragen over had: die zogenaamde sacramenten binnen het katholieke geloof. De katholieke kerk kent zeven sacramenten. Dat zijn heilige rituelen die een belangrijke rol spelen in het geloofsleven:

  • Doop

  • Eucharistie (communie)

  • Vormsel

  • Boete en verzoening (biecht)

  • Ziekenzalving

  • Huwelijk

  • Priesterwijding

Binnen evangelische en pinksterkerken ligt daar minder nadruk op. Daar draait geloof vaak meer om een persoonlijke relatie met God dan om vaste rituelen of kerkelijke handelingen. En misschien zit daar precies het grootste verschil. Katholieken beleven geloof vaak meer via symboliek, traditie en ceremonie. Evangelische christenen juist meer van binnenuit, directer, persoonlijker. Maar ergens zoeken beide uiteindelijk hetzelfde: verbinding, houvast, betekenis.



Misschien begint geloof juist met nieuwsgierigheid

Wat me uiteindelijk het meest bijbleef, was niet de hostie. Ook niet de kerk. Maar het idee dat die kinderen nu vragen gaan stellen. Over God. Over Jezus. Over waarom mensen bidden. Waarom we hopen. Waarom we geloven.

En misschien is dát wel waar geloof begint.

Niet bij zeker weten.

Maar bij nieuwsgierigheid. Vervolgens is het aan de volwassenen om die nieuwsgierigheid te voeden. Daarom gaf ik haar (o.a.) een rozenkrans cadeau. Om op mijn eigen manier toch een klein zaadje te planten. Niet door iets op te dringen, maar door ruimte te geven aan nieuwsgierigheid, zachtheid en geloof.


Bronnen & links

Opmerkingen


bottom of page