top of page

De rozenkrans — tussen voorwerp en verbinding

  • Foto van schrijver: Rianne Gerrits
    Rianne Gerrits
  • 20 mrt
  • 4 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 24 mrt

Sinds een week of twee merk ik dat mijn aandacht steeds teruggaat naar iets wat ik vroeger misschien een beetje zou hebben weggewoven: de rozenkrans.

Zo’n typisch katholiek voorwerp dat bijna iedereen wel eens heeft gezien. Kralen, een kruisje, soms een Maria-afbeelding. Iets wat — als je uit een pinkster- of evangelische achtergrond komt — al snel voelt als “dat doen wij niet”. Te veel vorm, te veel uiterlijk, te veel… object.




In de kerken waar ik kwam, draaide het nooit om voorwerpen. Geen beelden, geen ornamenten, geen symboliek aan de muur. Hooguit een banner, een beamer en een podium. Het geloof zat van binnen, niet in wat je vast kon houden.

Misschien intrigeert het me juist daarom. Omdat het iets tastbaar maakt wat normaal onzichtbaar is.


Geloof zonder en mét vorm

Ik heb religie altijd interessant gevonden. De verschillen, de stromingen, hoe mensen hun geloof vormgeven. Katholieke kerken pakken het groots aan. Prachtige gebouwen, ornamenten, beelden, kapelletjes, kaarsen - alles straalt iets uit. Het trekt mensen naar binnen. Niet alleen gelovigen, maar ook zoekenden, toeristen, voorbijgangers.

Evangelische en pinkstergemeenten zijn vaak het tegenovergestelde. Praktisch. Functioneel. Een ruimte die “geleend” voelt. Je komt er niet om te kijken, maar om te ervaren. En daar zit nergens een goed of fout in. Alleen een andere manier van uitdrukken.

Zelf draag ik af en toe een kruisje om mijn nek. Niet omdat ik denk dat het me beschermt — daar heb ik God voor — maar als herinnering. Dat geloof iets is wat je actief moet blijven kiezen. Iets wat je anders net zo makkelijk weer loslaat in de drukte van het dagelijks leven. Voorwerpen zijn voor mij niet heilig, maar ze kunnen wel helpen om je eraan te herinneren wat dat wél is.



Een rozenkrans die mij vond

Sinds ik in de thuiszorg werk, kom ik vaker in huizen waar het geloof nog zichtbaar aanwezig is. Vooral bij oudere mensen (waar ik het ook al kort over had in mijn blog 'Geloof en Katholieke tradities: vroeger en nu'). Kruisjes aan de muur, Mariabeeldjes op kastjes, en soms… rozenkransen.


Bij een vrouw waar ik voor het eerst kwam, lagen er meerdere. Prachtige stukken, verzameld door haar zoon die de wereld over reisde. Ik zei dat ik ze mooi vond, meer niet.

“Neem er maar één mee,” zei ze. Ik weigerde. Ze kende me niet. Ik was er pas net. Dat voelde niet goed. We praatten verder en het onderwerp verdween.

Tot ik een week later opnieuw bij haar op de planning stond — wat eigenlijk niet eens de bedoeling was, want ik was alleen een invaller. Mijn vriend zei nog: “Begin er gewoon weer over.” Maar ergens voelde ik: als het voor mij bedoeld is, komt het vanzelf.


De rozenkrans in kwestie
De rozenkrans in kwestie

En dat deed het. Ze deed de deur open en zei meteen: “Ah Rianne, het eerste wat je gaat doen is een rozenkrans uitzoeken.” Alsof het nooit was weggeweest.


Ik twijfelde weer, maar dit keer liep ze naar haar slaapkamer. Opende haar nachtkastje en haalde een ziplock zakje tevoorschijn. “Deze is speciaal,” zei ze. “Uit Rome.” In het zakje zat een rozenkrans die anders voelde dan de rest. Transparante kralen, zilveren details, een Maria-afbeelding, en een kruis dat zó vrouwelijk en gedetailleerd was dat je er bijna op moest inzoomen om alles te zien.

Ik nam hem mee.




Het kruis en de vraag die bleef hangen

Toen ik de rozenkrans beter bekeek en echt in de details dook, bleef mijn blik hangen op het gedetailleerde kruis. Daar hing Hij. Jezus. En daarboven, subtiel verwerkt: het Christusmonogram:


Alpha en Omega — het begin en het einde.

Alles aan dat kleine stuk metaal bracht me terug naar wat ik nu aan het lezen ben in Marcus. Zijn woorden, zijn daden, zijn goedheid, maar ook het confronterende. Judas Iskariot liep met Hem mee, wist wie Hij was, en verraadde Hem toch. En Jezus wist het van tevoren — en bleef. Hoe vergevingsgezind moet je dan zijn? Om naast iemand te lopen waarvan je weet dat hij je zal verraden?


Terwijl ik daar zat, met dat kruis in mijn handen, kwam er een gedachte op die me niet losliet: Hij heeft alles al gedaan. Voor ons. Is bidden dan eigenlijk niet super egoïstisch? We vragen nog meer van onze Vader, die letterlijk al zijn zoon heeft laten sterven voor onze zonden.


Wat deze rozenkrans nu al in beweging zet

En toch bid ik. Voor mezelf, voor anderen, maar vooral voor die vrouw die mij deze rozenkrans gaf. De eerste keer dat ik bij haar binnenstapte, voelde haar geloof ver weg — iets wat er ooit was, maar onderweg een beetje was vervaagd. De tweede keer was alles anders. Ze vertelde over onderzoeken, haar hart, de onzekerheid die daarbij kwam kijken, en vroeg me toen, bijna voorzichtig, of ik voor haar wilde bidden. Dat moment bleef hangen. Want ineens was het geloof er weer. Niet groots of overtuigend, maar klein en kwetsbaar, verstopt in een simpele vraag. Dus ik deed het. Met haar rozenkrans in mijn handen.


Misschien is dat wel wat bidden is. Geen egoïstische vraag, maar een vorm van overgave. Van erkennen dat je het niet alleen draagt — of hoeft te dragen.


"Want waar twee of drie in Mijn Naam vergaderd zijn, daar ben Ik in hun midden" (Matteüs 18:20)

En misschien is die rozenkrans op zichzelf helemaal niet zo bijzonder. Maar wat wél bijzonder is, is wat erdoor gebeurde. Dat iemand die haar geloof ergens onderweg was kwijtgeraakt, het toch weer even vastpakte. Al was het maar voor een moment.



Ps. Benieuwd naar hoe je de rozenkrans moet bidden? Ik vond een handige PDF van het Bisdom Haarlem - die je hier kunt downloaden.



Bronnen & links

Opmerkingen


bottom of page