top of page

Mijn blauwe maandag bij een hondentrimsalon

  • Foto van schrijver: Rianne Gerrits
    Rianne Gerrits
  • 26 mrt
  • 4 minuten om te lezen

Nadat mijn werkveld zo veranderde, merkte ik dat de passie — of het vonkje, zoals ik het altijd noem — langzaam doofde. Iets wat ooit vanzelf ging, voelde ineens zwaar. Dus ging ik op zoek. Niet per se meteen naar een nieuwe baan, maar naar iets wat me weer energie gaf. Een hobby, een richting, een plek waar die twinkeling in mijn ogen weer terug zou komen.

In mijn blogs over ā€œvastzitten in limboā€ en het maanjaar van het paard schreef ik al dat ik voelde dat er iets aan het verschuiven was. Dat er beweging zat in mijn leven, maar dat het nog niet vooruitstormde. Mijn paard stond nog te grazen — aan het opladen, aan het voorbereiden.

Wie mijn blogs binnen HondenlevenĀ heeft gelezen, weet dat mijn liefde voor honden diep zit. Hun gedrag, lichaamstaal, voeding, verzorging, training — alles eraan fascineert me. Vrienden vroegen me dan ook wel eens waarom ik geen hondentrainer werd. Die optie heb ik serieus overwogen. Ik had zelfs contact met een kynologische vereniging en mocht een dag meelopen. Toch heb ik dat uiteindelijk afgeslagen. Niet omdat het me niet interessant leek, maar omdat je bij hondentraining vaak niet met de hond werkt, maar met de eigenaar. Gedrag ontstaat bijna altijd door wat een baasje — vaak onbewust — aanleert. Maar verzorgen, observeren en aanvoelen?

Dat gebeurt wƩl bij een trimsalon.


De eerste weken: meer dan alleen knippen

Via via kreeg ik de kans om een opleiding te volgen bij een trimsalon in de buurt. Uren voor uren. Leren in de praktijk. Mijn eerste dag voelde meteen goed. Het badderen van de honden, het geruststellen, het checken van vacht, huid en gebit — het liet me zien dat hondentrimmen zoveel meer is dan ā€œeven knippenā€.

Het leek bijna te mooi om waar te zijn. Het klikte ook meteen met de eigenaresse van de salon. Ze had de zaak een jaar geleden volledig gerenoveerd, met alle nieuwste technische snufjes: elektrische baden die omhoog en omlaag konden, verstelbare tafels, krachtige fƶhns — alles was ingericht om het werk zo efficiĆ«nt en fysiek zo licht mogelijk te maken. Je merkte dat er echt over nagedacht was. En juist die efficiĆ«ntie sprak me in het begin enorm aan. Het gaf structuur, overzicht, een bepaalde flow in het werk.

Een trimster ziet een hond regelmatig en merkt daardoor als eerste wanneer er iets verandert. In gedrag, in vacht, in energie. Er werd ook altijd gevraagd aan de baasjes of er thuis iets veranderd was. Want alles hangt samen. Stress, voeding, omgeving — het zie je terug in hoe een hond zich laat behandelen.

Ik zag van alles voorbij komen. Kleine Maltezers, onstuimige puppy’s, rustige senioren, grote rassen zoals husky’s. Van angstige honden tot dieren die zich volledig overgaven aan de behandeling. Het was leerzaam, intens en ergens ook heel mooi om daar onderdeel van te zijn.



De realiteit van het vak

Maar na een paar weken begon ik ook de andere kant te zien. Het werk is fysiek zwaar — je staat de hele dag, werkt in ongemakkelijke houdingen en moet constant opletten hoe je je lichaam gebruikt.

En die efficiëntie waar ik in het begin zo enthousiast over was, bleek uiteindelijk ook een keerzijde te hebben. Het blijft namelijk een businessmodel. De ene hond staat nog op tafel, terwijl de volgende al binnenkomt. Er wordt strak op tijd gewerkt, want er zit een grens aan wat een klant wil betalen en hoeveel tijd je per hond kunt besteden. En dat snap ik. Ik ben zelf al 11 jaar ondernemer, dus ik kijk daar niet naïef naar.

Een klant van mij, een succesvolle ondernemer, zei ooit: ā€œDe bedrijven die het redden, zijn vaak degene die met relatief weinig tijd de meeste waarde creĆ«ren.ā€Ā En ergens geldt dat hier ook.

Alleen… je werkt met levende dieren. Honden die het soms spannend vinden. Die niet stil willen staan. Die het bad niet fijn vinden, of het knippen van nagels, of het ontwarren van klitten. En hoewel je ze zo rustig mogelijk wilt begeleiden, is daar niet altijd de tijd voor. Soms moet je door. Want een klit wordt een wond, en een wond kan een ontsteking worden. Ik snap dat 'het werk' gewoon moet gebeuren - ook voor de uiteindelijke gezondheid van het beestje, maar toch botste er iets bij mij.



Wanneer iets niet meer past

Ik ging een paar weken door. Leerde veel, werd handiger, begon het werk beter te begrijpen. Maar ergens voelde ik ook dat dit het niet was. Niet alleen door de fysieke belasting of de tijdsdruk, maar ook door de fase waarin ik nu zit.

Na 11 jaar ondernemen weet ik wat het vraagt. Vrijheid, ja. Maar ook verantwoordelijkheid. Altijd ā€œaanā€ staan. Altijd bezig zijn met de volgende stap, de volgende klant, de volgende maand. En eerlijk? Ik voel dat ik daar een beetje van weg beweeg. Ik hoef niet meer die ā€˜boss bitch’ te zijn die altijd doorgaat. Ik wil verzachten. Meer rust. Meer balans. Meer ruimte om gewoon te zijn, zonder dat alles om groei en presteren draait.


Wat ik wƩl meeneem

Dus nee — het hondentrimmen is het niet geworden.

Maar wat ik heb geleerd, neem ik wel mee. De kennis, het werken met honden, het beter leren lezen van hun gedrag en signalen. Dat blijft. Want mijn liefde voor honden is er nog steeds. Misschien zelfs sterker dan daarvoor. Alleen hoeft het niet mijn werk te zijn.

Soms is het genoeg dat iets je raakt, je iets leert, en je daarna weer verder brengt. Niet alles hoeft een eindbestemming te zijn.


Sommige dingen zijn er gewoon… om je dichter bij jezelf te brengen.


Opmerkingen


bottom of page