Van nooit kinderen willen naar mama worden

In mijn vorige blog liet ik het al heel even vallen: ik word mama.
Zelfs terwijl ik die woorden typ, voelt het soms nog onwerkelijk. Vooral omdat ik een paar maanden geleden nog dacht dat ik gewoon last had van voorjaarsmoeheid. Ik schreef er zelfs een hele blog over. Lage energie, futloos, niet vooruit te branden. Vitamines, beter eten, minder schermtijd, meer rust… ik had een compleet plan bedacht om mezelf weer een beetje op de rit te krijgen. Bleek het zwangerschapsmoeheid te zijn. Achteraf behoorlijk grappig. Op dat moment had ik werkelijk geen idee.

Eerst was daar verlies
Mijn vriend en ik besloten begin dit jaar dat we wilden proberen om een kindje te krijgen. Niet met schema's, apps en een agenda die volledig in het teken stond van zwanger worden. We wilden vooral genieten van elkaar en wel zien wat er gebeurde.
In februari was ik zwanger. En voordat ik überhaupt goed en wel had kunnen bevatten wat dat betekende, verloor ik het vruchtje alweer. Heel vroeg in de zwangerschap. Een fout tijdens de ontwikkeling waar ik niets aan had kunnen doen en mijn lichaam deed vervolgens precies wat het moest doen. Rationeel kun je dat allemaal begrijpen. Emotioneel werkt het toch anders.
In heel korte tijd ging ik van holy shit, ik ben zwanger naar afscheid nemen van iets waar ik eigenlijk nog niet eens aan gewend was geraakt. Dat deed me meer dan ik vooraf had gedacht. Gelukkig bleef ik er niet in hangen. Vier weken later kreeg ik bij de verloskundige groen licht. Mijn lichaam had zich volledig hersteld en op de echo was zelfs alweer een nieuw eitje zichtbaar in mijn rechtereierstok.
Volgens een oud bakerpraatje zou rechts trouwens de kant zijn die de meeste kans geeft op een jongen. Wetenschappelijk kun je daar volgens mij weinig mee, maar mijn vriend vond het in ieder geval fantastisch nieuws. Een maand later was ik opnieuw zwanger. Zonder dat ik tussendoor nog ongesteld was geworden.
Dat besef ik me nog regelmatig: hoe snel het bij ons is gegaan. Ik ben daar ontzettend dankbaar voor, juist omdat ik in mijn omgeving genoeg verhalen ken waarin zwanger worden helemaal niet vanzelf gaat.

Terwijl ik vroeger helemaal geen moeder wilde worden
En hier wordt het verhaal misschien nog vreemder. Ik wilde vroeger namelijk helemaal geen kinderen. Niet ooit misschien. Gewoon: nee. Ik heb zelfs eens bij mijn huisarts gevraagd of ik me niet onvruchtbaar kon laten maken. Thank God dat zij daar destijds niet in meeging.
Jarenlang veranderde daar weinig aan. Mijn vriendinnen kregen kinderen en ik vond dat leuk voor hen, maar het wakkerde bij mij niets aan. Ik had andere plannen. Werk. Ondernemen. Verder komen. Altijd bezig met het volgende doel. Pas na mijn dertigste begon er iets te verschuiven. Ik werd rustiger en begon nieuwsgieriger te worden naar een leven dat ik mezelf daarvoor nooit had voorgesteld.
En toen kreeg mijn beste vriendin een dochter. Ik kreeg dat kleine poppetje in mijn armen en was volgens mij binnen drie seconden verliefd. Ik weet nog dat ik dacht: ik zou de wereld voor jou afbranden. Ik kende haar net. Er gebeurde iets met me wat ik niet meer terug in het oude hokje kreeg.
Misschien veranderen dromen gewoon
Langzaam begon ik te beseffen dat doelen niet voor altijd doelen hoeven te blijven. Dat iets waar je tien jaar achteraan hebt gerend ineens niet meer de eindbestemming hoeft te zijn. Je verandert. Je leven verandert. Je gedachten veranderen. En blijkbaar veranderen je hartsverlangens mee. Ik was zo gewend geraakt aan bepaalde ambities dat ik eigenlijk nooit meer stilstond bij de vraag: wil ik dit nog wel? Het antwoord bleek steeds vaker: niet op dezelfde manier. Ik wil nog steeds werken, creëren, ondernemen en iets van mezelf opbouwen. Maar ik wil óók een thuis. Een gezin. Er zijn voor een kind. Een ander soort leven ontdekken.
En ineens wist ik het heel zeker. Ik wil mama worden.
Mijn vriend wist al veel langer dat hij kinderen wilde en hoefde dus niet bepaald overtuigd te worden. Onze relatie voelt goed, veilig en toekomstgericht. Natuurlijk weet niemand hoe het leven loopt, maar één gedachte gaf voor mij uiteindelijk de doorslag: als ik met iemand kinderen wil, dan met jou. Omdat ik weet dat mijn kind een goede vader krijgt. Iets wat voor mij extra zwaar weegt, juist omdat ik zelf weet hoe het voelt wanneer je dat in je jeugd mist.

Zwanger zijn na een miskraam
De tweede zwangerschap verliep fysiek eigenlijk verrassend goed. De eerste tien weken was ik alleen verschrikkelijk moe. Niet een beetje gapen om drie uur 's middags, maar echt: bank, liggen, klaar. Twee of drie uur verdwijnen en daarna misschien weer enigszins functioneren.
Verder? Een sterker reukvermogen, ineens een afkeer van bepaalde dingen, conditie die langzaam achteruitgaat en af en toe wat emotioneler. Maar geen overgeven en geen dramatische huilbuien. Ik klop het onmiddellijk af.
Mentaal vond ik het moeilijker. De eerste twaalf weken keek ik bijna iedere keer dat ik naar de wc ging naar het toiletpapier. Geen bloed? Oké. Door. Voor echo's voelde ik spanning. Iedere keer weer die gedachte: als het hartje maar klopt.
Je kunt tegen jezelf zeggen dat dit een nieuwe zwangerschap is. Dat het vorige verlies niets zegt over deze baby. Dat het nú goed gaat. Maar je hoofd heeft eenmaal meegemaakt dat een positieve zwangerschapstest niet automatisch betekent dat er maanden later een baby in je armen ligt. Gelukkig werd die angst met iedere goede echo iets kleiner.
En toen lag hij daar gewoon met zijn benen wijd
Tijdens de 13-wekenecho twijfelde ik nog of ik het geslacht eigenlijk wel wilde weten. Misschien was het juist bijzonder om daar pas tijdens de geboorte achter te komen. Onze baby dacht daar blijkbaar anders over. Hij lag met zijn benen zo ongeveer demonstratief open. Hier ben ik hoor. En dit ben ik. Een jongetje.
Ik zag de ogen van mijn vriend glunderen en moest zelf ook lachen. Dat bakerpraatje over die rechtereierstok kreeg thuis waarschijnlijk onmiddellijk meer wetenschappelijke waarde toegekend.
Ik vond het vooral heel bijzonder. Zelf groeide ik op met een grote broer en daar heb ik altijd iets moois aan gevonden. Mochten we ooit nog een kindje krijgen, dan vind ik het een fijne gedachte dat deze kleine man straks de oudste is.

Ineens voel je iemand vanbinnen
Rond de achttiende week voelde ik hem voor het eerst. In het begin nog zo subtiel dat je jezelf afvraagt: was jij dat? Maar dat duurde niet lang. Een paar dagen later kon mijn vriend hem aan de buitenkant van mijn buik voelen en inmiddels, terwijl ik dit schrijf, ben ik 23 weken zwanger en heeft meneer ontdekt dat mijn ribben blijkbaar uitstekend trainingsmateriaal zijn. Soms zie je mijn buik zelfs bewegen. Dat blijft bizar.
Er leeft gewoon iemand in mij. Een mensje dat beweegt, groeit, reageert en blijkbaar nu al een behoorlijk actieve persoonlijkheid heeft.
Kijken naar iets wat je normaal nooit kunt zien
De 20-wekenecho kregen we in het ziekenhuis in Maastricht. Ik ben zelf geboren met een hartafwijking die nooit grote problemen heeft gegeven, maar daardoor wilden ze voor de zekerheid wat uitgebreider naar ons kindje kijken. Alles zag er goed uit. En wat kun je tegenwoordig ontzettend veel zien. Bloed dat door de navelstreng stroomt. Kleine botjes in een elleboog. Organen. Vingertjes die je gewoon kunt tellen.
Ik lag daar vooral verwonderd naar dat scherm te kijken. Mijn lichaam bouwt dit. Zonder dat ik daar bewust iets voor hoef te doen. Cellen delen zich, organen ontstaan, botten groeien en ondertussen ga ik boodschappen doen, werken en de honden uitlaten.
Hoe dan?

Groei maar lekker, kindje
Het gekke is dat ik vroeger dacht dat moeder worden iets zou betekenen wat niet bij mij paste. Misschien omdat ik alleen keek naar de versie van mezelf die ik toen kende. Maar die versie bestaat niet meer. Ik ben nog steeds mezelf. Met mijn werk, mijn honden, mijn behoefte om eropuit te trekken, mijn ideeën en alles wat er door mijn hoofd raast. Alleen komt daar nu iemand bij.
Iemand die ik nog nooit heb ontmoet en die mijn leven toch al aan het veranderen is.
Ik weet niet wat voor moeder ik ga worden. Ik weet niet hoe de bevalling zal gaan, hoe de eerste maanden worden of hoeveel van alle ideeën die ik nu heb straks compleet overboord kunnen.
Voor het eerst hoef ik dat eigenlijk ook niet allemaal te weten.
Hij groeit.
Ik groei mee.
Groei maar lekker, kindje. Neem je tijd. Ik ben er klaar voor zodra jij dat bent.
Opmerkingen